Cookie beleid vv Balk

De website van vv Balk is in technisch beheer van VoetbalAssist en gebruikt cookies om jouw bezoek makkelijker en persoonlijker te maken. Hieronder een overzicht van de noodzakelijke en optionele cookies waar je toestemming voor kunt geven. Lees ons cookiebeleid voor meer informatie.

Functionele cookies

Voor een goede werking van de website worden deze cookies altijd geplaatst.

Analytische cookies

Google analytics Toestaan Niet toestaan

Marketing cookies

Facebook Toestaan Niet toestaan

Techn. Werkplan JO11

Techn. Werkplan JO11

Technisch werkplan voor O11

De kenmerken van O11
De O11 hebben een grote bewegingsdrang. Het oefenen van vaardigheden gebeurt veel bewuster en doelgerichter dan bij de O9. De concentratie ontwikkelt zich, techniek kan heel goed worden aangeleerd en elementaire tactische beginselen kunnen aan de orde komen.

Op technisch gebied zijn er grote verschillen in handigheid met de bal, maar motorisch leren verbetert snel, zodat men de basistechnieken effectief kan bijbrengen. De vaardigheid is zeer afhankelijk van de ervaring en de aanleg. Daarom is het een goede zaak om bij de O11 in kleine groepen te werken. Bij veel bewegingsvormen is namelijk grote differentiatie mogelijk.

De coördinatie is beter dan die bij de O9 en ze merken dat ook. Ze hebben al meer inzicht in de bedoelingen van het spel gekregen, zodat ze al wat beter op elkaar gaan letten. Dit is de voorwaarde voor het latere samenspel. Ze hebben ook al wat besef gekregen van de taken in het veld en gaan soms al een voorkeur ontwikkelen. Zo ontstaan er keepers en ‘echte spitsen’. Ook deze spelers leren door het opdoen van bewegingservaring en het kijken ernaar, veel minder door te luisteren naar wat de trainer allemaal te vertellen heeft. Hun concentratie is gering, maar ze kunnen helemaal in het spel opgaan. Langzamerhand gaat echter het wedstrijd-idee leven, in het spelgedrag wordt dat al snel zichtbaar. Het individueel bezig zijn, wat je nog zo sterk bij de O9 ziet verandert beetje bij beetje in het steeds meer samen willen doen.

Profiel van een O11 trainer-coach
In de eerste plaats beseft hij dat kinderen met zoveel mogelijk voetbalsituaties geconfronteerd moeten worden. Daarbij treedt hij voornamelijk op als begeleider, die de O11 de ruimte geeft om zelf oplossingen te vinden voor de voetbalproblemen die zij tegenkomen. Tijdens de trainingen bewaakt hij de organisatie, helpt en motiveert hij en corrigeert hij vooral op technisch gebied. Een goede O11 trainer is voor zijn spelers meer een kameraad en opleider, iemand met een echte voorbeeldfunctie dan de voetbalkenner die boordevol tactische vondsten zit.
Op het veld kan hij het goede voorbeeld geven. Ook weet hij in alle omstandigheden resultaten te relativeren en ook de ouders hiervan te overtuigen. Laat de spelers vooral wennen door te spelen. De spelvormen waarin de O11 zelf op zoek gaan naar voetbaloplossingen, dienen centraal te staan.

Het accent moet bij de O11 liggen op het ontwikkelen van technische vaardigheden, zoals het verkrijgen van balgevoel (in beide benen), dribbelen/drijven, passeren/trappen, etc.
Leg bij de technische oefeningen en coördinatieoefeningen mede de nadruk op algemene lichaamsbeheersing: lopen, huppen, springen, draaien, stoppen en starten. Belangrijk bij het aanleren van technische vaardigheden met de bal: kies eenvoudige vormen die steeds beantwoorden aan het gevoel voor fantasie/avontuur (tikkertje met de bal aan de voet, bal in de cirkel houden, etc.). Houd het in tactisch opzicht eenvoudig. Het belangrijkste is: hoe voorkom je individueel en met elkaar dat de tegenstander een doelpunt maakt en hoe kunnen we zelf tot scoren komen?

De O11 herkent spelsituaties sneller in 4:4 dan in grotere vormen als 6:6 of 7:7.

Bied de spelers door allerlei variaties van 4:4 tot en met 8:8 zoveel mogelijk voetbalspecifieke situaties aan en geef hen daarbinnen zoveel mogelijk vrijheid van handelen.

Leer de O11 de basisregels op een wijze, die past bij deze leeftijd.
Bevorder het samenspelen door veel voor spel- en wedstrijdvormen te kiezen.
Besteed ook al aandacht aan het groepsgevoel.

Specifieke problemen bij O11
De verschillen tussen eerste- en tweedejaars O11 kunnen groot zijn.

De jongste groep is vaak nog erg speels en heeft een beperkt concentratievermogen. De tweedejaars zijn veel leergieriger.

Als het mogelijk is, dan is het zeker op deze leeftijd aan te raden om, gezien de grote onderlinge verschillen en de gesignaleerde concentratieproblemen, in kleine groepen te trainen met voor elke groep een begeleider.

Bij deze leeftijdscategorie is de betrokkenheid van de ouders vaak nog groot. Soms vertaalt die betrokkenheid zich bij de wedstrijden in verkeerd gedrag langs de lijn. Het is een goede zaak om voor het seizoen dit probleem bespreekbaar te maken. Probeer door zelf het goede voorbeeld te geven duidelijk te maken dat de kinderen vooral zelf de voetbaloplossingen moeten bedenken.
De O11 spelers hebben recht op ongeveer evenveel speeltijd. Het is onjuist om vanwege het wedstrijdresultaat de minder goede voetballers veel langer aan de kant te houden. Het gebeurt vaak dat door het ontbreken van gediplomeerd kader ouders voor een relatief korte periode de rol van trainer/begeleider overnemen. Deze goedwillende ouders hebben meestal grote behoefte aan begeleiding en aan juiste oefenstof. Het is de taak van de technische coördinator om in die behoefte te voorzien.

Uitgangspunten voor de keuze van de oefenstof
Heel belangrijk is dat de O11 vormen aangeboden krijgen die voor veel voetbalplezier zorgen. Beleving dus!
Maak van veel hulpmiddelen gebruik: pionnen, allerlei doeltjes, paaltjes (zorg wel voor veiligheid!) en laat ze op allerlei manieren dribbelen en drijven. Bij voorkeur elke speler een bal!

Probeer achter de fantasiewereld van deze kinderen te komen. Bij de jongsten kan een tikspel in een zogenaamd spannend bos nog aanspreken. De oudere O11 zal plezier beleven als ze hun eigen ‘Ajax-Feijenoord’ op de training spelen. Of als de trainer-coach hen vergelijkt met voetbalvedetten die ze adoreren.

Kies voor allerlei wedstrijdvormen in een niet te grote ruimte (met puntentelling en veel scoringsmogelijkheden, dus niet te kleine doeltjes)
Herhaal de basisvormen voortdurend, maar kies wel steeds voor een andere uitvoering.
Verbeter de coördinatie en het balgevoel.

Leer zoveel mogelijk voetbalbasistechnieken aan zoals: balgevoel, traptechniek, aan/meenemen etc.
Streef naar veel balcontacten (ook huiswerk) b.v. volgende week 20 keer de bal hoog kunnen houden, of een passeerbeweging uit kunnen voeren.

Kies organisatievormen die de onbewuste vorming stimuleren.
Wedstrijden (ook in competitieverband) nadrukkelijk zien als een spel met veel aandacht voor het plezier en de ontwikkeling van de individuele speler.
Zeer belangrijk: oefen tweebenigheid!

Spelconcepten bij de O11


De voorkeur gaat uit naar 8:8.
Het voordeel van deze speelwijze is dat er overal ‘driehoeken’ ontstaan.
Bijna vanzelfsprekend biedt zich in dat systeem ook een verbindingsspeler tussen de linies aan.

Balbezit:
• Veld groot maken (breedte en lengte)
• Positiespel (driehoek maken)
• Aansluiten van de linies
• Opbouw vanaf de keeper

Balbezit tegenstander:
• Veld klein maken
• Op de bal verdedigen (vooruit verdedigen)
• Niet laten passeren
• Rugdekking geven

Omschakeling: (balverovering en balverlies)
• Direct/snel

Concrete aandachtspunten bij de wedstrijd
• De wedstrijd is bij de O11 een middel om voetbalkwaliteiten te ontwikkelen en mag dus geen doel op zich zijn! Het uiteindelijke wedstrijdresultaat mag dan in de beleving van de spelers een rol spelen, maar niet voor (doelstellingen van) de jeugdtrainer, coach of leider.
• Besteed aandacht aan het belang van samenspelen, maar realiseer je direct dat de beste voetballers toch blijven pingelen.
• Spelers mogen fouten maken!
• In de korte wedstrijdbespreking slechts een zeer beperkt aantal aandachtspunten naar voren laten komen en daarop ook in de rust of na de wedstrijd terugkomen.
• Steeds positie en opbouwend coachen.
• Gun iedereen voldoende speeltijd, ook de spelers met mindere kwaliteiten.
• Maak duidelijk aan ouders wie de coach is en wat zij wel (aanmoedigen) en niet (aanwijzingen) moeten doen.
• Zorg rond de wedstrijd voor beleving, geef vertrouwen en wees eerlijk.

Concrete aandachtspunten bij de training
• Het leren van duidelijke voetbalregels, bijvoorbeeld met betrekking tot veiligheid (bv scheenbeschermers dragen)
• Komen tot het aanleren van voetbal: ‘leren spelen door spelend leren’
• Accent leggen op bewegingsopgaven, waarbij het aankomt op snelheid en op reactiesnelheid (spelvormen zijn dus heel geschikt)
• Veel tijd besteden aan basistechnieken (verbeteren en uitbreiden) via veel balcontacten en variatie
• Via 1:1 en 4:4 komen tot spel 7:7, waarbij de kinderen op verschillende plaatsen kunnen spelen
• Het eenvoudig samenspel (‘eerst kijken’) stimuleren, bereiken dat alle kinderen van het samen voetballen kunnen genieten en bovendien gemotiveerd worden om als team te werken aan de verbetering van hun spelpeil
• De kleine relatief kleine groep fantasierijk en speels benaderen

Organisatie:
• Veel herhalen (geen lange wachttijden) dus trainen in kleine groepen en meer begeleiders
• Trainingsvormen mogen niet te lang duren
• Spelers zelf laten meewerken in de organisatieopbouw en het opruimen van het materiaal
• Elke speler een eigen bal!

Coaching:
• Situatief coachen
• Plaatje in plaats van praatje (voordoen)
• Aanwijzingen geven tijdens oefening
• Vragen stellen / spelers zelf oplossingen laten bedenken

JOP VV BALK 2019-2023


Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!